PKN
Hervormde Gemeente Kortenhoef
 
|Ter overdenking |Ter overdenking

Mc. 1:16-20
Vissers van mensen (1)
Vroeger ging ik als kind vaak vissen. Uren zat ik soms aan de waterkant te turen naar m’n dobber in
de hoop dat die met een stevige ruk naar beneden zou gaan. Volgens sommigen verdeed ik m’n tijd
met het wachten op ‘iemand’ die ik nog nooit gezien had en nadien ook wel nooit meer zou zien.
Maar ik vond het (ont)spannend en genoot er van.
Als ik vandaag de dag wel eens zie wat vissers zoal aan materiaal bij zich hebben, dan valt het kleine
viskoffertje dat ik bij me had daarbij in het niet. Het echte ‘visserslatijn’ heb ik wat dat betreft nooit
geleerd. Neemt u het me dus niet kwalijk als ik woorden verkeerd vertaald heb.
De Nederlandse taal kent trouwens vele uitdrukkingen die met vissen te maken hebben. Dus laten
we maar eens een spierinkje uitwerpen. Het is natuurlijk wel zo slim om vervolgens niet in troebel
water achter het net te vissen.
Het valt me wel op dat het beeld van het vissen eigenlijk veel lijkt op datgene waar we in de kerk
mee bezig zijn. Niet voor niets zal de Here Jezus tegen Simon en Andreas hebben gezegd: “Komt
achter Mij en Ik zal maken, dat gij vissers van mensen wordt.”
Mensen ‘vangen’ met het oog op het komende Koninkrijk van God. Een spannende zaak, omdat je
nooit weet of je ‘iets’ zal vangen en zo ja, wat. Zelfs als je met de beste uitrusting vist, is het
afwachten. Natuurlijk maakt een goede uitrusting de kans op succes wel groter.
De discipelen visten met netten. Jakobus en Johannes zijn immers hun netten in orde aan het
brengen. Toch zie ik weer een hengel voor me. Vissen van mensen is vandaag de dag niet zozeer het
vissen met een net, waarbij veel vissen tegelijk binnen worden gehaald. Het heeft meer weg van het
met een hengel één voor één binnenhalen van een enkele vis.
Het vangen van mensen vraagt tijd en geduld. En dat valt niet altijd mee. Er zijn zoveel andere zaken
in de gemeente die ook aandacht vragen. Het valt niet mee om dan de rust en het geduld te vinden
om naar de dobber te turen. Toch is dat de enige manier om mensen te vangen met oog op het
komende Koninkrijk van God.
Wat opvalt is dat de Here Jezus de discipelen zelf(s) opzoekt. Het initiatief gaat van Hem uit. Dat is
opmerkelijk, want bij de Joden in die tijd was het niet gebruikelijk dat een rabbi zijn leerlingen
opzocht. Voor hun gevoel was dit de omgekeerde wereld.
Wat ook opvalt is dat de Here Jezus de eerste discipelen opzocht in hun alledaagse leven. Hij
ontmoette Simon en Andreas, en Jakobus en Johannes aan de waterkant. Dáár worden zij geroepen
om vissers van mensen te worden.
En… zij laten terstond hun netten liggen en volgen de Here Jezus. Direct en spontaan. Zij laten om
Jezus’ wil hun oude leven voorgoed achter zich om Hem te volgen.
Daar zit geen woord visserslatijn bij.



Ds. W.M. Schinkelshoek
 
terug
 
 
 
  Protestantsekerk.net is een samenwerking tussen de dienstenorganisatie van de Protestantse Kerk in Nederland en Human Content Mediaproducties B.V.